logo

[Terug naar hoofdpagina] [Contactgegevens]

TWEE GATEN IN DE GESCHIEDENIS VAN VELDHOVEN?

Het onlangs verschenen boek Veldhoven 4000 jaar geschiedenis van Oerle, Meerveldhoven, Veldhoven en Zeelst is niet alleen een indrukwekkende prestatie van de onderzoeker en auteur Jacques Bijnen maar ook een prima bron om een groot probleem in de geschiedenis van het eerste millennium aan de orde te stellen. Een prima bron, omdat Bijnen niet alleen alle belangrijke documentatie behandelt maar dat doet hij ook nog in een voorzichtige, sobere en heldere stijl. Geen grote woorden en verdoezelende zinswendingen, en mede daarom ook geschikt voor een terzake doende discussie. Opvallend in deze eenmans-onderneming is de duidelijke plaats die de archeologie inneemt: met betrekking tot bepaalde periodes geen hulpwetenschap maar hoofdwetenschap.

De regio Veldhoven heeft veel te bieden op het terrein van de prehistorie. Uit de steentijd ( 9000 tot circa 1700 v. Chr) zijn er tal van vondsten, waarbij de vindplaatsen als het gehucht Toterfout en het Vlasrootven opvallen. Uit de brons- en ijzertijd (1700-50 v. Chr) zijn er ook een aantal grafheuvels (met urnen) gevonden. Opvallend is dat bij de ontdekking van de grafheuvelreservaten de schoolmeesters N. Panken (Westerhoven) en C. Rijken (Veldhoven) de pioniers waren. Uit het feit dat er uit alle perioden vondsten zijn kan natuurlijk niet geconcludeerd worden dat er sprake is van een soort permanente bewoning op dezelfde plaatsen: daarvoor is de periode van bijna 10.000 jaar te groot en te onbestemd. Er is geen reden om niet Nijmegen of Maastricht maar Veldhoven te zien als de oudste stad van de lage landen. 
Wat de Romeinse tijd betreft worden velerlei vondsten geregistreerd en de twee belangrijkste onderwerpen komen duidelijk aan de orde. Op Westervelden- Koningshof heeft een Romeins bouwwerk gestaan, waarschijnlijk een militaire wachttoren die ook omgracht was, en via het gehucht Heers liep vrijwel zeker de weg van Tongeren naar Rossum. De route zag er als volgt uit: van Rossum naar de Maasovergang bij Velddriel, via de tempel van Empel, de Empelse hut en de Schans naar Halder en Breukelen en dan via de Schatkuil, Kasteren-Straten, Landvoort en Langven naar Veldhoven (Oerle), en vervolgens via Koningshof-Heers, het Goor op de Run, de Valentinusput bij de brug over de Keersop naar de plaats van de latere kapel bij Borkel en daarna via de bekend steen “Graaf van Loon” naar het “Romeins kerkhof” bij Kolis nabij Kleine Brogel, en zo verder richting Tongeren.

En zo komen we in het eerste millennium terecht, en beginnen ook de moeilijkheden. Er ontstaan namelijk grote gaten in de historie. De chronologie is in deze tijd te overzien en te toetsen. Het eerste Veldhovense gat in de tijd plaatst Bijnen in de periode van ca 250 tot ca 550 n. Chr. Dat is niet zo bijzonder omdat het een klassiek gegeven is. In tal van streken is er zo’n leegte. In deze periode plaatst men meestal volksverhuizingen. Dat doet Bijnen ook, maar hij noemt nog iets anders. Rond 600 n. Chr wordt het klimaat droger, constateert hij, en dat geeft aan dat er in de loop van de Romeinse tijd een moeilijke waterhuishoudkundige toestand is ontstaan. De hypothese van natte Lage Landen is eveneens vaak naar voren gebracht. Het gaat om transgressies van de zee en de gevolgen daarvan voor oppervlaktewater en grondwater. In elke geval: voor een groot deel van de lage Landen tussen 250 en 550 n. Chr geen vondsten en weinig of geen schriftelijke informatie. 

Uit de periode 550-700/750 n. Chr is er in Meerveldhoven een rijengrafveld gevonden van 54 begravingen (houten kisten met veel bijgaven) en aan de Oienbosdijk in Veldhoven een rijengrafveld van ongeveer 40 graven (idem dito). Ook zijn er nog sporen van crematiebegravingen. Afgezien van verdere discussie over de precieze datering van de vondsten, kan men met zekerheid stellen dat er in de vroege middeleeuwen enkele eeuwen bewoning was in Veldhoven. Maar daarna is er weer een vage en lege periode die echter vaak niet als zodanig herkend en erkend wordt. Het gaat over de tijd van circa 700 tot na 1000 n. Chr. Meestal wordt deze periode niet als een probleem gezien omdat er over die tijd kopieën van teksten zijn uit de 12e eeuw en later. Daaraan worden dan losse vondsten (“Karolingische”) gekoppeld, die weinig of niets zeggen over een nederzetting en waarvan de datering steevast twijfelachtig is. Begrijpelijk is ook een tendens om vondsten in dit tweede gat te dateren: een soort opvuldatering. Veldhoven blijkt een duidelijk voorbeeld van het hier gestelde probleem.

De oudste kerk van de regio Veldhoven/ Meerveldhoven was waarschijnlijk de Lambertuskerk aan de Polkestraat. Alles bijeen genomen kan men zeggen dat het archeologische onderzoek aldaar een mogelijkheid van een kerkje uit de 8e eeuw open houdt, maar niet bewijst. Dat zou ook uniek zijn, want in ons land zijn er voor het jaar 1000 geen kerkgebouwen aantoonbaar. De historische aanwijzingen i.v.m. Veldhoven (dus de teksten) gaan terug op enkele oorkonden van de abdij van Lorsch. Deze oorkonden zijn waarschijnlijk afschriften van rond 1200 en vermelden afspraken in verband met grond, boerderijen en lijfeigenen die circa 775 en in 815 n.Chr zijn gemaakt. Gullint zou aan Lorsch 13 hoeven in "Martfelde" met lijfeigenen en een kerk geschonken hebben, en Alfger "bedingt" dat hij in "Meerveldhoven" 13 hoeven en een kerk en in Neerpelt 5 boerderijen van de abdij voor zijn leven ter beschikking mag hebben, als hij goederen in Empel, Hoenzadriel, Hedel, Orthen, Rosmalen, Engelen en Kerkoerle als "tegenprestatie" aan de abdij afstaat. Deze en dergelijke afschriften van oorkondes zijn met teveel onzekerheden omgeven om er staat op te kunnen maken: alleen al de lokalisering van de Latijnse/gelatiniseerde plaatsnamen roept vele vragen op. Kernkwestie is echter of de kopieën werkelijk kopieën zijn of dat er sprake is van teksten waarmee in de 12e eeuw grond werd geclaimd. Het produceren van dergelijke stukken past in de toenmalige strijd tussen de kerk en de wereldse overheid over eigendom. In maart a.s. zal dit thema ongetwijfeld veel aandacht krijgen op de tentoonstelling Canossa in Paderborn. 

Historici die werken aan de Monumenta Germaniae Historia zetten steeds meer vraagtekens bij de echtheid van veel oorkonden. Secuurder gezegd: de afschriften uit de periode van circa 1100/1200 n.Chr. zijn helemaal geen afschriften van circa 700 n.Chr. maar het zijn stukken waarmee abdijen en koningen gronden claimden. Hoe meer ze in een strijd om het eigendom konden ‘aantonen’ dat het oorspronkelijk en oud bezit was, des te meer wonnen hun argumenten aan kracht. De historicus Hans Constantin Faussner gaat zover dat hij alle oorkonden m.b.t. de Merovingische en Karolingische tijd ‘vals’ acht. Vervalsingen (zo noemen wij dat) waren gewoon activiteiten om bezit te claimen of te verdedigen. Bepaalde abdijen, vooral die van de Benedictijnen, hadden speciale afdelingen waarin de gewenste juridische teksten geproduceerd werden. De oudste controleerbare historische gegevens in verband met de kerk en de parochie van Meerveldhoven komen van het kapittel van de Sint Lambertus-kathedraal in Luik en dateren misschien uit de twaalfde eeuw en zeker uit de periode rond 1300. 

Interessant is de visie van Bijnen op de Franken in Oerle. De Franken ziet hij als ‘een verzamelnaam voor verschillende Germaanse stammen’ die onderling toch een sterke band hadden. Wat Bijnen over de Franken in het algemeen schrijft is voorzichtig gesteld en dus conventioneel. Hij lanceert de hypothese dat het oeroude Oerle Frankisch bezit is geworden in de tijd dat de Franken –na de verovering van Frankrijk- noord- en oostwaarts trokken. Van 1000 tot 1250 was Oerle, volgens Bijnen, een domein van een Frankische grondheer die er ook een eigen kerkje had. En hij voegt daar aan toe: “Zeer waarschijnlijk ligt de stichting van het heerlijk bezit Oerle ruim vóór de 10e eeuw (8e eeuw) en werd deze site (woongebied) omstreeks de 10e-11e eeuw versterkt met een gracht”. Deze zin is typerend voor het dichtredeneren van het tweede gat in de geschiedenis. De vraag is waarom dit ‘zeer waarschijnlijk’ zou zijn. Daar moet de discussie over gaan. Interessant is nog dat het domein met het kerkje naderhand Kerkoerle werd genoemd en dat de plaats waar de oude nederzettingen waren toen ter onderscheiding Zandoerle werd genoemd: 1 kilometer zuidwestelijk van Kerkoerle. Het stichten van een kerk heeft ook hier grote gevolgen gehad.
Kerkoerle werd circa 1250 verkocht aan de priorij van Postel die tot 1839 het pastoraat in Oerle verzorgde.

Ook wat betreft de regio Veldhoven moet dus een tweede gat in de tijd aangewezen worden. Het gaat om een tijd dat overgeleverde teksten (kopieën) in strijd zijn met archeologica. Volgens de teksten zou het gaan om een tijd dat er ontzaglijk veel opgebouwd werd (denk aan Karel de Grote) maar de archeologische vondsten ontbreken of zijn verdacht. Deze situatie geldt voor tal van regio’s, steden en dorpen. Voor Boxtel kan hetzelfde probleem gesteld worden via het onlangs verschenen boek Baanderheren Boeren & Burgers van Jean Coenen. 
De recent verschenen geschiedenissen van Tilburg en Nijmegen tonen hetzelfde beeld, al wordt geprobeerd de gaten dicht te denken en te schrijven. De tekst van Bijnen is juist een prima opening van een verdere discussie. Hier kwamen slechts 62 bladzijden van de 372 aan de orde, want ook in Veldhoven en omgeving is er na het eerste millennium heel wat gebeurd.
En ook dat zette Bijnen prima op een rij. Een zeer onderhoudend, informatief en betrouwbaar boek over de geschiedenis van Veldhoven.

A.C. Maas Leende

J. Bijnen, Veldhoven, 4000 jaar geschiedenis van Oerle, Meerveldhoven, Veldhoven en Zeelst, Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven 2004. Het boek bestaat uit 5 delen: Het vóórmiddeleeuwse Veldhoven, prehistorie–500. n. Chr (22 blz), Middeleeuwen 500-1500 n. Chr (40 blz), Nieuwe tijd 1500-1800 n. Chr (ruim 60 blz), Nieuwste tijd 1800 n. Chr tot heden (bijna 190 blz) en Toevoegingen (40 blz). Het boek kost 30 euro in de boekhandel (Veldhoven). Toezending is mogelijk: 36,50 euro op postbanknummer 72 80 50 of banknummer 1596 29 926 t.n.v. Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven.


Valid HTML 4.01!